| wedstrijden

08-03-05

De toorn van Caraaz

Toen Enigma was gemaakt, en Caraaz samen met Andromeda even rustte in hun paleizen, groeide er iets op aarde : de Mens. Deze was gekomen zonder uitnodiging, en Caraaz wist niet wat hij moest doen. Moest hij hen vernietigen, zijn creatie beschermen, of moest hij hen laten, eventueel bijsturen?
Caraaz had serieuze twijfels over de uitkomst van dit vraagstuk en hij dacht en dacht terwijl de eeuwen passeerden. Andromeda daarentegen wist wel wat ze moest doen. Ofschoon, ze wist wat komen moest.
Heimelijk stelde ze een bende paleiswachten samen, waarme ze naar Enigma zou gaan, vermomd als Mens. In deze vorm zou ze contact krijgen met dit uitzonderlijk wezen, en het beter leren kennen.
Op een dag stond Andromeda op, en zij wist dat het de dag was waarop zij naar Enigma zou gaan. Hoewel zij gaarne naar Enigma zou gaan met geheel haar lichaam en geest, kon dit niet, want Caraaz mocht niets vermoeden. Dus zond zij een deel van haar geest, zoals velen ooit eens deden. De paleiswachten volgden haar voorbeeld, want ook zij moesten blijven.
In haar tijden als Mens, dwaalde zij door de landen van Enigma met haar clan, allen oorspronkelijk wachten. Regelmatig passeerden Mensenstammen de clan van Andromeda, en wanneer dat gebeurde, noemde Andromeda hen bij naam en sprak in hun primitieve taal. Zo gingen de zaken gedurende jaren.
Toen, geheel onverwachts, wou Caraaz de Mens zien. Hij concentreerde zich op Enigma, liet zijn blik dwalen door de landen en hield stil. Daar, aan de horizon, was dat niet de geest van Andromeda? Had zij zich bemoeid met de Mens? En die man naast haar, is dat niet Enrique, een van de wachten? En Andromeda besefte dat het gedaan was, Caraaz was boos.
In de lucht van Enigma pakten wolken samen en brak er bliksem los, en deze bliksem raakte enkele Mensen die zich bij de clan van Andromeda hadden gevoegd.
En Andromeda was bedroefd, en de geesten van Enigma waren bedroefd, want zij begonnen te houden van de Mens.
De geesten en Andromeda brachten hun droefenis tot een lied en begonnen te zingen. Uit de dalen van bergen, over vlaktes, boven de golven van de zee, was hun stem te horen. Toen het lied op z’n hoogst was, braken de wolken, zij konden de toorn van Caraaz niet langer dragen. Toen viel de eerste regen, die in de toekomst regelmatig zou vallen, want het lied over de toorn van Caraaz raakte elke geest in Enigma.
Caraaz’ toorn duurde enkele jaren, tot het stopte, en Andromeda de aarde verliet en terug keerde naar Caraaz.

18:41 Gepost door Nikolajev Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

02-03-05

Leaving Paris

In deze stad verlaten de torens de sporen met
Quasi elk geluid dwaalt door de straten
Een man in nachtkledij roept
De rivier staat in brand ze valt niet te redden

De omstrengeling van sporen
Het station valt in het noorden

In deze stad verlaten de torens de sporen omdat
De ochtend breekt aan en slaat
kilte in de winkels De appartementen
geheel verlaten in hun lot draaien ze zich om

Landlopers verhuizen van bruggen

In deze stad

19:59 Gepost door Nikolajev Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

29-01-05

Brief aan de vermeende vreemde

Beste vreemdeling,

Zoals ik al heb gemerkt hebt u een probleem met mijn persoon.
Wat ik tot nu toe gelezen heb van uw mening, moet ik zeggen dat uw mening a) niet wordt gesteund door argumenten en b) niet toepasselijk of netjes is om op dit medium te verkondigen.
Als u problemen met mijn persoon en mijn (naar ik zelf vind) soms brilliante vondsten, wilt u dan a.u.b. ophouden met dat te verkondigen. U moet namelijk weten dat mijn persoon niets te maken heeft met de schrijfselen op deze pagina. Akkoord, ze zijn ontsproten aan de bron van mijn lichaamsbesturing, en hebben hoogstwaarschijnlijk wel een sterke invloed ondervonden van mijn denken.
Nu ik hier een brief zit te schrijven aan u, vreemdeling, herinner ik mij wie u wel kan zijn. Zoals u zelf al hebt beweert heeft mijn geleerde en filosofische brein jouw identiteit achterhaalt. Proficiat, mijn beste, u herkent een genie wanneer het moet.
Naar mijn persoonlijke opinie was het neerschrijven van uw woorden een teken dat u en ik geen enkel diepgaand, zoniet intressant gesprek kunnen onderhouden.
Ik hoop dat u nu beseft dat u geen enkele gegronde reden heeft om een minichat, bestemd voor het bekritiseren van mijn werk, te vullen met uw zogenaamd gekwetste ziel (en ik ben mij ten volle bewust van het oordeel dat achter deze woorden steekt).
Nog zo een zaak, waar ik besef dat mijn denken soms een puberaal trekje kan hebben, beseft u dat klaarblijkelijk niet.
Het gaat u goed,

Nikolajev

14:12 Gepost door Nikolajev Permalink | Commentaren (1) | Email dit |  Facebook |

26-01-05

Het veronderstelde niets

Stel je een kamer zonder vensters voor,
Zonder lampen, zonder licht.
Stel je muziek uit muren voor,
Een compositie van Grieg,
Of Beethoven.
Zeg me,
Hoe stel jij het eeuwige Niets voor?

18:21 Gepost door Nikolajev Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

24-01-05

Fragment 'Quantoria'

Proloog van de schrijver
Quantoria is een ingebeelde wereld, gebaseerd op de ooit bedachte wereld Aquinia (eveneens van mijn hand). In Quantoria wordt beschreven hoe een grote groep engelen zich op de hervormde aarde vestigen, eeuwen na de dood van de zogenaamd onsterfelijke God. Het verhaal van Quantoria krijgt in volgend fragment een aanloop naar wat komen zal (nl. 3 verhalen).
Ik garandeer niets, maar zal toch proberen het verhaal verder te zetten en effectief te schrijven.

1.De verwoesting
Het was niet Gods macht die de wereld verwoestte, het was niet Gods toorn die zich over de mensheid strekte. Het was moeder aarde zelf, moeder der moeders, die de wereld toen veranderde.
Het einde tekende zich met vloedgolven, hitte, koude, verdroging en slachtoffers. Het einde omvatte de hele wereld, niet enkel het rijk der mensen of dieren, maar ook het rijk der gronden.
Het lijden van de mensen werd onmenselijk, maar weinigen zouden geweten hebben hoe dat lijden zou zijn. Toch rukte een kleine elite zich los van dat lijden. Deze elite betrof een gemeenschap van enkele duizenden, man en vrouw, Afrikaan naast Aziaat, Arabier naast Europeaan, Amerikaan naast Aboriginal. De gemeenschap droeg de vlag van vrede, en bouwde een grote stad onder water. Men noemde deze stad Atlantis, naar een vergane mythe. Tijdens de jaren van de grote verwoesting en hervorming bleef Atlantis bestaan als enige nablijfsel van het verleden. De ruines van Athene werden verwoest, het Vrijheidsbeeld diep bedolven onder zand. Egypte kreeg een vloed over zich, het alles vernietigende water gaf de piramiden een aquariumgehalte van jewelste. Alle wonderen van de mens werden verwoest, sommigen zouden kunnen denken dat het toch Gods toorn was die zich verspreidde. Maar dat was het niet, want op een dag kwam Gabriël tot de stadhouder van Atlantis, en zei: "Verwoesting en vernieling, dat is niet Zijn bevel. God de Machtige is reeds eeuwen geleden gestorven. Er is geen Macht zoals ze was. Engelen leven in Zijn Rijk, en zij blijven daar tot de dag aanbreekt om tot aarde neder te komen." Toen verdween hij en werd lange tijd niet gezien.
Toch werd niet alles verwoest door oprukkende golven: In het midden van Afrika werd een deel gespaard, dat was het deel waar vele dieren naartoe vluchtten. Zij voelden wat er aan de hand was, en zij overleefden.

2.De engelen (begin)
Toen de aarde zijn metamorfose had ondergaan leidden de vier aartsengelen Michaël, Gabriël, Rafaël en Uriël de oorspronkelijke fauna en flora naar een groots bos, het Bulnabos. Tot de dieren zei Gabriël dat het rijk van Bulna (het dieren- en plantenrijk) de hof van Eden zou evenaren, ook zei hij dat geen mens deze gebieden zou betreden. Hierop vulde Michaël aan dat de grenzen van het Bulnabos verdedigd gingen worden door de engelen die ooit complotten smeedden met Satan. Deze gevallen engelen waren, in tegenstelling tot de getrouwen van Satan, echte engelen die millenia in gevangenschap hun spijt betuigden en berouw toonden van hun daden. 'Jullie mogen leven in vrede, want zij zullen niets doen,' zei Michaël. 'Anders zal Gods vuur hen verbannen naar het eeuwige Niets!' vulde Uriël aan. Hierop sloten zij de oceaan die zij hadden geopend, en Gabriël vertrok naar Atlantis, naar de Stadhouder. De anderen gingen naar Golial, waar de meeste engelen leefden.

Het was een doodgewone maandag in Atlantis, maar de Stadhouder vermoedde dat er iets zou gebeuren. De telefoon rinkelde, het was Gerolf, de secretaris.
"Meneer, er is hier ene Gabriël voor u, hij zegt dat hij de hogere machten vertegenwoordigd. Moet ik hem laten wegvoeren, of mag hij komen?" De stadhouder rilde. Gabriël..Gabriël. Was de mythe dan toch waar? Waren er engelen?
"Laat hem door, Gerolf, ik wil hem zelf wel eens zien."
"In orde, meneer," er klonk twijfel in zijn stem, "Moet ik wachten sturen?"
"Neen, Gerolf. Ik vermoed dat wapens en spierbundels geen vat zullen hebben op deze heer Gabriël."
Gabriël droeg een lange armoedige mantel toen hij binnenkwam. Als de stadhouder zijn status niet wist, zou hij vermoed hebben dat het een ordinaire zwerver was. Maar dat was niet zo. Dat kon hij zien aan Gabriels gezicht, zijn jonge gezicht, in schril contrast met zijn ogen. Die ogen...
"Mjnheer Gabriël, welkom in Atlantis!"

Niet meer zal onder jullie ogen verschijnen tot de dag dat het af is.

19:59 Gepost door Nikolajev Permalink | Commentaren (4) | Email dit |  Facebook |

10-01-05

De realiteit aannemen [versie 2]

Dan is de realiteit aannemen als woning,
De wezenlijke gedachte verlengen,
De aardse vaart verbannen,
De zinnigheid met vlijt verbouwen,
Als huizen in kastelen.

18:58 Gepost door Nikolajev Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

07-01-05

Hoe hij de muziek misschien zou voorstellen

Hoe hij de muziek voorstelde?
De muziek, dat waren kleuren, en die kleuren vormden beelden. Deze beelden volgden elkaar op in zo een snel tempo, dat de ene schoonheid vervaagde in de andere.
Als hij naar een saxofoon luisterde zag hij de wereld voor zich open gaan met gedimd kaarslicht. Dit kaarslicht verlichtte het duel tussen twee geliefden, geliefden met een zwaard. Dan zag hij ze vechten en vechten met het zwaard, tot in de korte secondes der eeuwigheid.
Wanneer hij een piano hoorde zag hij een sterrenhemel bij halve maan, met wolken hier en daar. Dan daalde hij tot de aarde en vloog één voet boven de grond, en bewonderde hij koel gras, heet zand en vaste aarde. En ontmoette elfen, wondermooie elfen in zijn droom.
Bij een acoustische gitaar sprong zijn paard uit de cd-speler, en voerde hem naar meer paarden met ruiters. En hij bezat een zwaard; en allen zagen zijn droom.
Dan hoorde hij de aardse drang van de trom, de djembe. Deze nam hem mee naar het ontluiken van baby Aarde. Ze groeide en bloeide, hij zag het. Het getrommel bracht zijn bewustzijn in beweging.
Als ze samenkwamen, indien dat kon, dan zag hij geen beeld, want geen enkel beeld zou zijn bewustwording van de melodie evenaren. Dan voelde hij een gevoel, en dat gevoel was het gevoel van opstaan-in-de-nacht-naar-buiten-stappen-de-wereld-als-hij-was-realiseren.

21:48 Gepost door Nikolajev Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |